Lopen

 

Hoe voelde ik me na afloop van de Marquetteloop in 2007 ook alweer?

Deze gedachte kwam bij me op toen ik de eerste meters aflegde van de Marquetteloop van 2008.

Ik had me in mijn enthousiasme opgegeven voor het gemeenteteam. Er moesten 14 lange kilometers worden afgelegd. Aan het begin heb ik altijd de meeste twijfel, maar na een kilometer of 3 kwam toch de gang er goed in. Ik kwam gelijk te lopen met een Corus medewerker, we liepen in gelijk tempo. Dat maakte dat ik de 2 rondjes van 7 kilometer voor mijn gevoel zonder moeite liep. Natuurlijk waren er de pijntjes en de dippen maar doordat we elkaar hielpen als we het moeilijk hadden door elkaar letterlijk uit de wind te houden en bemoedigend toe te spreken heb ik het gered.

Ook werd ik aangemoedigd door familie, vrienden en kennissen die mij onderweg ook het o zo noodzakelijke water aanreikten. De Corus medewerker moest, nadat ik gefinisht was, nog een rondje, hij liep namelijk de 21 kilometer. Ik bedankte hem na mijn 14 kilometer en sprak hem nog moed in. Ik las later in de uitslagen dat hij de 21 kilometer gehaald had.

Ik vertel u dit alles omdat het volgens mij in de politiek niet anders is. Je start met elkaar voor een duurloop van 4 jaar, het parcours is je collegeprogramma. Net als bij het lopen bepalen weersomstandigheden hoe je het parcours afloopt en of je de finish haalt. Soms is het een harde wind op de kop, soms is het de regen die je geselt en dan weer de warmte. Maar dan zijn er je teamgenoten, je omgeving die je bemoedigend toe spreekt, je helpt zodat je in tempo blijft en het parcours blijft aflopen.

 

 

Allemaal een prettige vakantie toegewenst.

 

Odd Wagner